Goeie vriend S. belde, ze waren aan het atomium en vroegen zich af of we thuis waren. Ja, dat waren we. Kom maar af. Drie uur later zaten S. en ik in de auto richting Charlerloi, voor ons het zicht van een nagelnieuwe GPS -rechtstreeks uit de Aldi-. De GPS liet het echter na 25 minuten afweten wegens een lege batterij, en dus moesten we op eigen kracht aan zaal Eden geraken. Geen probleem, we hadden nog tijd, en he kijk, wie rijdt er ons voorbij? Een auto vol dEUS-fans, opmerkelijk, volgen die handel! Eens in Charleroi valt mij de grauwheid op, de lelijkheid, de leegte. Die stad doet me niets. We stappen over een lange boulevard, langs cafés, brasserieën, woonhuizen, maar o zo ‘beuh’, ‘bah’, tot we arriveren bij Eden, een warempel mooi gebouw, gelegen op een zichtbaar ‘nieuw’ aangelegd pleintje. Er is al wat volk samengetroept, er wordt wat gerookt en gedronken. Een vrouw begint een scene te maken, ze had 4 tickets gereserveerd, en de toegang werd geweigerd. Ik weet niet precies of ze nuchter was, maar het was een getrek en geduw met de portier, zelfs de politie werd er bij gehaald. Iedereen zag de scene, en ook Mauro himself, die langzaam en relaxed Pawlowskiaans kwam aangesloft. Hij bekeek de menigte, de scene, zijn publiek. Niemand sprak hem aan, enkel hij en zijn concentratie was er. We rookten nog een sigaretje en gingen toen de Black Box Revelation bekijken, twee tieners, rammend op gitaar en drum. Man het was daar warm. Toch nog even naar buiten, nog wat vocht binnenslokken. Om iets na negen begroette Klaas Janszoons zijn -hoofdzakelijk- Franstalig publiek met een nobele ‘bonjour’, en iets nadien werd het concert ingezet. Stevig setje, met veel werk van ‘Vantage point’. Ik durf te zeggen dat ik hun vorige wat minder vond, maar deze beklijft weer. Ondanks de warmte en de uitverkochte zaal genoot ik. Enkel de niemendalletjes, zoals ‘The real sugar’ lieten me even afglijden, en gaven me de tijd om een verdwaald zweetdruppeltje op te vangen. We zagen ze zwoegen, weinig bindteksten, enkel ‘gààn’. Anderhalf uur later was ik blij dat ik weer wat lucht kon opsnuiven, zo doof als een pot.
S en ik stapten door de boulevard richting auto, en we voelden ons allesbehalve gerust. De beklemmende sfeer kwam door de plaatselijke bevolking, de vreemde etablissementen, de druggetekende bedelaars,…Geloof me, ik was blij toen we Brussel binnenreden. In de auto staken we nog een klein splifje op, en de avond was voorbij voor we het wisten.
Ik was klaarwakker.